Initiatiefvoorstel Burgerparticipatie dat door Uitgeest Lokaal aan de Raad is voorgelegd

INLEIDING
In de deze raadsperiode heeft Uitgeest Lokaal meermaals aangedrongen op het realiseren van een goede burgerparticipatie. Meerdere voorstellen in de vorm van een motie hebben het niet gehaald. Uitgeest Lokaal komt daarom nu met een meer uitgewerkt initiatiefvoorstel. Indien dit voorstel raadsbreed wordt aangenomen is, vooral in de beleidsvoorbereiding, primair het college / de organisatie aan zet. 
Dit initiatiefvoorstel richt zich specifiek op participatieprocessen waar college en/of organisatie aan zet zijn. Dit voorstel is bedoeld om de aandachtspunten middels een raadsbesluit bij het college onder de aandacht te brengen, zodat e.e.a. kan worden betrokken bij de nadere beleidsvorming rondom participatie, die momenteel in voorbereiding is. 
Het doel van burgerparticipatie is het creëren van draagvlak bij de inwoners maar ook bij de raadsleden. Burgerparticipatie eindigt niet bij de gemeenteraadsverkiezingen. Raadsleden zitten, als verlengstuk van hun kiezers, de belangen van hun achterban te verdedigen.
Door meer tijd voor participatie aan het begin van het project te nemen zal de rest van een project sneller verlopen omdat er weinig tot geen weerstand meer is te verwachten van direct omwonenden van zo’n project. Het is dus zeer belangrijk de burger in het beginstadium over te halen om te participeren, omdat in een latere fase veel oponthoud en frustratie bij alle partijen zal opleveren. Ook is een project/proces vaak zo ver gevorderd dat er weinig meer is aan te passen.
Ook moet het participatieproces éénduidig zijn en niet afhankelijk zijn van de behandelende ambtenaar of wethouder. 
 
OMGEVINGSWET
Met de (voorlopig) geplande invoering van de omgevingswet op 1 januari 2022 krijgt burgerparticipatie een meer concretere status. De landelijke overheid zal echter geen vaste richtlijnen opstellen maar laar laat de invulling hiervan over aan het de gemeenten of provincies zelf. Uitgeest mag dus zelf bepalen hoe zij het participatieproces met haar burgers invult.
 
TOELICHTING OP HET ADVIES
In de afgelopen decennia heeft het betrekken van inwoners bij de besluitvorming diverse stadia doorlopen. Tot in de jaren ‘70 van de vorige eeuw bestonden er voor inwoners geen participatiemogelijkheden. Burgerbetrokkenheid bestaat eruit dat overheden inwoners uitnodigen voor bijeenkomsten waar de beleidsplannen worden uitgelegd.
In de daaropvolgende jaren komt burgerparticipatie tot ontwikkeling onder de vlag van ‘bestuurlijke vernieuwing’. Door gemeentebesturen wordt actief gezocht naar manieren om inwoners meer bij lokale democratie te betrekken. Inwoners worden in de gelegenheid gesteld in een vroegtijdig stadium in de beleidscyclus mee te denken over de totstandkoming van beleid. De overheid is bij deze vorm van participatie initiator (burgerparticipatie). 
In de afgelopen jaren is een nieuwe beweging zichtbaar waarin inwoners zelf aan de slag gaan. Denk aan buurtverenigingen, energiecoöperaties, etc. Het initiatief komt uit de samenleving die aanklopt bij de overheid. Hier is sprake van overheidsparticipatie. Het is overigens niet zo dat de ene ontwikkeling de andere vervangt, de verschillende vormen blijven naast elkaar bestaan waarbij steeds één vorm het meest dominant is (Schram et al, 2018). 
Ook in Uitgeest zien we dat de overheid inwoners betrekt bij beleidsvoorbereiding (burger- participatie) en dat inwoners zelf met initiatieven naar de gemeente komen en daar hulp bij vragen (overheidsparticipatie). Deels komen deze inwoners terecht bij de raad, deels bij de organisatie en/of het college. Waar het gaat om beleidsvoorbereiding zien we dat de raad veelal pas aan het eind van het proces aan de beurt is. In het vergadermodel van de raad is relatief veel ruimte ingebouwd voor inwoners om hun overwegingen met de raad te delen. Echter het proces van beleidsvoorbereiding en de bijbehorende inspraakmogelijkheden voorafgaand aan behandeling in de raad, onttrekt zich grotendeels aan het gezichtsveld van de raad. Hier zijn immers vooral organisatie en college aan zet. Dit initiatiefvoorstel spitst zich hierop toe. 
De werkgroep vernieuwing lokale democratie, welke moet worden opgericht om dit voorstel te bespreken, stelt aan de raad voor het college te verzoeken rondom participatie rekening te houden met de volgende zes aandachtspunten: 

1       Zorg voor een heldere opdracht
De kader stellende rol van de raad komt beter tot zijn recht wanneer de raad bij grote onderwerpen vanaf het begin bij het proces wordt betrokken. Het college bewerkstelligt dit bijvoorbeeld door bestuursopdrachten aan de raad voor te leggen of startgesprekken te organiseren. Hierbij kan ook - of juist in het bijzonder - nadrukkelijk aandacht zijn voor de wijze waarop inwoners bij een proces worden betrokken, zodat de raad hierop aan de voorkant van een proces al kan sturen. 
Niet zomaar participeren om het participeren dus. Het is belangrijk om als opsteller van een voorstel van tevoren goed na te denken over doel, kaders en wat je doet met de uitkomst van een participatietraject. Bij het bepalen van doel, kaders, en wat je doet met de uitkomsten, is het van belang scherp te hebben hoe de bevoegdheden precies liggen. Check dus wie het bevoegd orgaan is. 
Gaat de raad er uiteindelijk over? En is de opdracht van de raad duidelijk genoeg? Is de opdracht SMART? Wellicht zijn er aanknopingspunten te vinden in grote documenten zoals het raadsprogramma, de begroting, een structuurvisie, etc. Niet helder genoeg? Zorg zo nodig dat je de opdracht bij de raad ophaalt. Laat de raad zo aan de voorkant bepalen waar het participatieproces aan moet voldoen voor het een ‘goed participatieproces’ is. Dat schept helderheid voor iedereen. 
Een checklist (format) bij elk raadsvoorstel zou een verbeterende werking kunnen hebben op de kwaliteit van het voorstel. Punten als SMART, de dynamiek van een raadsvoorstel (geeft veel of weinig betrokkenheid burgers), wat is de democratische ruimte voor de burgers, werkvorm (deelnemers, betrokkenheid) en kennisniveau van de raad over het onderwerp kunnen dan aan de orde komen en worden afgeturfd.
Ontwikkel dus een format op basis van bovenstaande om het voor medewerkers makkelijk te maken te analyseren welk participatieproces bij het vraagstuk past. Dat format kan eveneens gebruikt worden voor het ophalen van de opdracht bij het bevoegd orgaan. 
 
2       Doe aan verwachtingsmanagement & koppel terug
Helderheid scheppen over het participatietraject aan de hand van de hierboven genoemde analyse, helpt eveneens bij het managen van de verwachtingen van participanten. Dat neemt veel ongemak en onzekerheid weg. Laat het volstrekt helder zijn welke vraag precies voorligt en wie uiteindelijk het definitieve besluit neemt. Verwachtingsmanagement aan de voorkant is dus heel belangrijk. 
Minstens zo belangrijk: koppel terug. Informeer participanten over wat er met hun input wordt gedaan, doe dat tijdig, gedurende het hele proces en vermijd daarbij ambtelijk taalgebruik. Geef aan wat is verwerkt, wat niet en waarom wel/niet. Dat lijkt een open deur, maar in de praktijk horen we van participanten helaas toch regelmatig andere geluiden. Participanten snappen best dat niet alles kan, maar haken af als ze de indruk krijgen dat hun input ergens in de onderste lade verdwijnt. Wees dus transparant over de afwegingen die gemaakt worden. 
Er is veel emotie te bespeuren onder omwonenden van locaties waar de gemeente Uitgeest bouwwerkzaamheden heeft gepland met als gevolg dat veel procedures onnodig lang worden, helemaal niet meer tot uitvoer komen of onnodig duur gaan worden, waardoor ander noodzakelijk beleid niet meer kan worden uitgevoerd. De raad is van mening dat veel van die emotie door een juiste procedure is te voorkomen. Veel, maar nooit alle emotie omdat niet altijd iedereen voor verandering openstaat.

De eerste vraag die we moeten stellen is waar en voor wie doen we het? Dit is meestal de gebruiker van het object. De tweede vraag is wie gaat er iets van vinden of last van hebben. Vaak zijn dit de direct omwonenden omdat zij bang zijn dat zij planschade (waardevermindering) krijgen aan hun woning of verminderd gevoel van welzijn gaan beleven. Het is dus van belang om deze twee groepen samen te laten werken. 

Iedereen begrijpt dat niet alles bij het oude kan blijven. Ook begrijpt iedereen dat er nieuwe gebouwen en verkeerssituaties bijkomen in Uitgeest en dat deze in de huidige situatie die er nu op locaties is verandering teweeg gaat brengen. En die verandering brengt de emotie. Die emotie wordt groter naarmate de gebruikers en de omwonenden van een object of project het gevoel krijgen dat er niet naar hen wordt geluisterd. En dat vindt nooit iemand leuk. Er moet dus worden gestreefd naar een win-win situatie. Een situatie waarbij alle betrokkenen het gevoel hebben te zijn gehoord en iets terugzien van hun inbreng. Het is dus zoeken naar de modus met het hoogst mogelijke rendement. Als een van de partijen de hakken in het zand gaat zetten dan moet er worden gekeken hoe de bezwaren wegenomen kunnen worden.
Kantlijn is wel dat een project binnen de gestelde kaders blijft. Zo mag een project niet onnodig veel duurder worden. Hoewel dit kader niet altijd in beton hoeft te worden gegoten als er door de samenwerking een upgrade van het project kan plaatsvinden. Die upgrade kan zijn: betere faciliteiten voor hetzelfde geld, wederzijds begrip voor de situatie, loyaliteit naar elkaar en zelfs de woningen van de omwonenden zouden meer waard kunnen worden door de nieuwe gecreëerde situatie.
Draagvlak creëer je alleen door participatie of het geven van een beloning. Niet door iets op te leggen en belanghebbenden buiten te sluiten.

Uiteraard zijn er altijd omwonenden en belanghebbenden die helemaal niets willen, maar dat gaat helaas niet.
 
3       Maak ook voor de raad inzichtelijk hoe de participatie is verlopen
Bij elk voorstel dat de raad bereikt zal in het raadsvoorstel een paragraaf moeten worden opgenomen over het participatieproces. Daar lezen we dan wat er al aan participatie is gedaan, wat de resultaten zijn, wat de beoogde resultaten waren en wat er met de resultaten is gedaan. Dit kan dan mee worden genomen in het besluitvormingsproces. Lang niet alle informatie zullen we nodig hebben voor het vormen van een oordeel. Maar we willen in deze paragraaf graag terug kunnen lezen hoe de samenleving is betrokken bij de totstandkoming van het voorstel en wat het maatschappelijk draagvlak voor het voorstel is. Voor de raad is het namelijk ontzettend belangrijk om te weten hoe de samenleving denkt over een bepaald voorstel, zodat de raadsleden dat in de overwegingen mee kunnen nemen. Immers, de raad wordt geacht de hele bevolking van de gemeente te vertegenwoordigen. 
Informeer de raad dus over: 

  1. Hoe het participatietraject er uit heeft gezien. Hoe is gecommuniceerd met betrokkenen, is er een inspraakavond geweest, etc. 
  2. Wat is er aan input opgehaald? 
  3. Wat is daarmee gedaan, wat is verwerkt, want niet en waarom, hoe is er teruggekoppeld, etc. 

Participatie betekent niet dat iedereen altijd zijn of haar zin krijgt. Maar deelnemers van participatietrajecten weten de raad over het algemeen heel goed te vinden in een poging nogmaals hun punt te maken. Voor leden van de raad is dit veel makkelijker te wegen als in het voorstel duidelijk is beschreven hoe het participatieproces eruitzag, welke input is opgehaald en wat daarmee om welke reden is gedaan. 
 
4       Faciliteer medewerkers in het organiseren van een goed participatieproces
Binnen de BUCH is samen met de gebiedsregisseurs uitgebreid stilgestaan bij hoe college en organisatie omgaan met participatie, wat daarbij goed gaat en waar ruimte is voor verbetering. Participatie is best een complex geheel. Er komen initiatieven vanuit de samenleving, maar er zijn ook volop initiatieven vanuit de gemeente zelf waarbij inwoners worden betrokken. 
Participatie zou volgens ons een normaal onderdeel van het werk van de ambtelijke organisatie moeten zijn. We bemerken echter dat hoe wordt omgegaan met participatie, nog wel eens afhankelijk is van bij welke ambtenaar een vraagstuk op het bureau beland. We realiseren ons dat een participatieproces per project maatwerk vraagt, maar geven u wel de suggestie mee om goede procesbeschrijvingen op te stellen over hoe om te gaan met participatie. Wellicht kan een checklist met te doorlopen stappen medewerkers ook op weg helpen. 
Ook geven we u graag de suggestie mee om de opsteller van een voorstel niet ook het participatietraject te laten organiseren, er ontstaat dan mogelijk een natuurlijke neiging tot verdediging van het eigen voorstel. Zorg dus voor een gespreksleider die met een wat neutralere houding het participatieproces kan faciliteren. 
 
5       Wees creatief in de inzet van participatie-instrumenten om de samenleving in den brede te bereiken
De aanpak van de versterking van de lokale democratie staat ook in Den Haag op de agenda. Begin 2018 stuurde minister Ollongren de Tweede Kamer een uitgebreide brief over dit onderwerp. De minister geeft aan voorstellen te willen doen die zich richten op de verbinding tussen inwoners en bestuur en kondigt in dit kader een Samenwerkings- programma Democratie in Actie aan om hier de komende jaren actief aan bij te dragen. Daarbij werpt zij ook de nodige vragen op over de rol en positie van de gemeenteraad in een veranderde samenleving en over de mogelijkheden voor inwoners om invloed uit te oefenen of zelf initiatief te nemen. 
Het is voor gemeenten nog een zoektocht hoe inwoners het beste betrokken kunnen worden bij deze ingrijpende vraagstukken. Bij het ontwikkelen van nieuwe participatiemogelijkheden vind ik het een belangrijke uitdaging dat niet dezelfde mensen meer mogelijkheden krijgen, maar dat meer mensen betere mogelijkheden krijgen. [...] in het bijzonder wil ik de potentie van inwonersinitiatieven benadrukken. Inwoners hebben niet allen behoefte mee te denken bij de totstandkoming van beleid, maar ook om zelf mee te doen.”, aldus de minister. 
De vraagstukken die de minister opwerpt komen ook aan de orde in de onderzoeken van hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam Prof.dr. T.W.G (Tom van der Meer). Hij stelt dat sprake is van een zogenaamde ‘participatie-elite’: 
Participatie op lokaal niveau is niet frequent en selectief. De participatie-elite’ domineert, ook bij nieuwe vormen van participatie. Hoe meer participatiekanalen, hoe meer het beeld vertekent, omdat het steeds dezelfde mensen zijn die hier gebruik van maken. Tom van der Meer onderscheid twee modellen van burgerschap. De zogenaamde participatie-elite wordt gekenschetst als het ‘politieke dier’. Het overgrote deel van de inwoners wordt echter geschaard onder het tweede burgerschapsmodel: ‘de nachtwaker’. De nachtwaker vindt het prima het besturen aan de gemeente over te laten, maar grijpt wel in als het echt nodig is. Vaak is dat echter pas in een (te) laat stadium, wat het voor deze inwoners moeilijk maakt nog daadwerkelijk invloed uit te oefenen. Tom van der Meer roept dan ook op te onderkennen dat er diverse burgerschapsmodellen bestaan met uitlopende behoeftes voor participatiekanalen (Prof.dr T.W.G Van der Meer, De participatie elite en de participatie paradox). 
Begrijp ons goed, daarmee willen we niets afdoen aan de waardevolle inbreng van ‘het politieke dier’. We zijn ontzettend blij met deze inwoners die zich op deze wijze zo veelvuldig inzetten voor de gemeenschap. De zoektocht is hoe aanvullend ook tijdig de input van ‘de nachtwaker’ opgehaald kan worden. Om het draagvlak voor voorstellen breder te kunnen peilen, zou het inzetten van digitale instrumenten een goed middel kunnen zijn. Zo zou de uitkomst uit fysieke inspraakbijeenkomsten online getoetst kunnen worden bij een breder publiek. 
Wellicht kan het ook helpen inwoners wat op weg te helpen door bijvoorbeeld alle participatiemogelijkheden samen te brengen op één pagina op de website en het creëren van één postbus voor alle initiatieven van buiten. Benut ook de gemeentepagina in de lokale krant. 
 
6       Maak gebruik van beschikbare kennis
Er liggen inmiddels de nodige notities en onderzoeken die toezien op participatie op de plank. We vragen u die waardevolle documentatie niet uit het oog te verliezen bij het opstellen van nieuw beleid. 
Ook wijzen we graag nog eens op de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek naar participatie en op het onderzoeksrapport van Berenschot ‘verstandig verder met participatie’ 
De stukken zijn bijgevoegd als achterliggende documenten bij dit voorstel. 
 
REFERENDUM
Uitgeest heeft geen lokale referendumverordening. Er dient onderzocht te worden of een referendumverordening wenselijk is als tool voor burgerparticipatie?
 
OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
Gelet op het bepaalde in artikel 147A, vierde lid van de Gemeentewet gelezen in combinatie met artikel 36, derde lid van het Reglement van Orde van de Gemeenteraad Uitgeest wordt het college in de gelegenheid gesteld schriftelijk wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen ten aanzien van het initiatiefvoorstel. 

RISICO’S
Er zijn geen noemenswaardige risico’s te vermelden. 
 
FINANCIËN
Er zijn geen financiële consequenties verbonden aan dit voorstel. 
 
UITVOERING, PLANNING EN ORGANISATIE
Aan het college wordt gevraagd de hierna aangedragen aandachtspunten mee te nemen in de beleidsontwikkeling rond participatie:
 
1       Duidelijkheid, diversiteit en continuïteit
Communicatie omtrent burgerparticipatieproject berust op drie basisprincipes: duidelijkheid, diversiteit en continuïteit.
Duidelijkheid: Waarom lanceer je dit digitale platform of specifieke project? Hoe kunnen bewoners bijdragen? Hoeveel invloed zal hun inspraak hebben? De antwoorden op deze vragen moeten glashelder zijn. Zorg voor een duidelijke kernboodschap.
Diversiteit: Als je eenmaal de duidelijke boodschap hebt gedefinieerd, is het tijd om ervoor te zorgen dat dat je inwoners die boodschap ook zien. Controleer ook of je bewoners de boodschap begrijpen? Gebruik meerdere kanalen om de boodschap te delen.
Continuïteit: Eén goede boodschap is niet genoeg. Blijf regelmatig met je inwoners communiceren. Ook na lancering van het project moeten de inwoners op de hoogte worden gehouden. Wat gebeurt er in elke fase en wat zijn de volgende stappen. Maak een vaste content kalender, zodat je het niet vergeet op moment suprême. Volgende berichten trekken nieuwe betrokkenen, maar geven ook vertrouwen aan bij de eerste deelnemers. 
 
2       Beste online-kanalen
De volgende communicatiekanalen hebben de grootste impact: direct webverkeer, e-mail, websiteverwijzingen en sociale media.
Direct webverkeer: Vaak is direct webverkeer de belangrijkste driver van het aantal bezoekers op een website. Daarom is het belangrijk dat je platform een hoge ranking heeft en dus gemakkelijk vindbaar voor inwoners die zoekmachines gebruiken. Er zijn enkele factoren die hieraan bij kunnen dragen zoals een domeinnaam (makkelijk te onthouden, URL idee.Uitgeest.nl), trefwoorden en meer webpagina’s naar je platform laten linken. 
E-mail: Een e-mailcampagne leidt vaak tot de hoogste betrokkenheid omdat het persoonlijker is. Maak een lijst van personen die al eerder bij een burgerparticipatie project betrokken zijn geweest. Inwoners die via een e-mail naar een platform komen maken eerder een account aan en blijven gemiddeld langer betrokken. Stuur ook regelmatig een nieuwsbrief. E-mailcampagnes mogen niet eenmalig zijn. Zorg er wel voor dat deze mensen van tevoren toestemming hebben gegeven om regelmatig berichten te ontvangen. 
Websiteverwijzingen: Zorg ervoor dat je website altijd zichtbare en duidelijke informatie over het project bevat. Hou het eenvoudig met duidelijke doorverwijzingen. Vraag ook aan deelnemende partners of zij de projectpagina duidelijk met een link op hun website willen vermelden. 
 
Sociale media: Maak gebruik van de sociale mediakanalen die er al zijn. En denk aan targeting, dit kan je helpen om specifieke leeftijds- en belangengroepen in bepaalde geografische gebieden te bereiken. Kies afhankelijk van je publiek en boodschap het juiste social mediakanaal.
 
Enkele tips:
Houd het lokaal.
Houd je vast aan één visuele identiteit.
Geef een duidelijke oproep tot actie.
 
3       Beste offline-kanalen
 
Er zijn ook inwoners die om wat voor reden dan ook geen gebruik maken van online communicatiemiddelen. Ook deze wil je bereiken. Die kan je bereiken via de pers, brieven of partners.
 
Pers: Betrek de pers bij startende en lopende projecten. Stuur een persbericht uit op alle belangrijke momenten. 
 
Brieven: Een e-mail leidt sneller tot een registratie om deel te nemen aan een platform. Maar met een brief informeer je inwoners gelijkwaardiger over een platform en de mogelijkheid om deel te nemen.
 
Partners: Informatie verspreidt zich het snelst zijwaarts. Als een medebewoner iets aanbeveelt komt dat een stuk geloofwaardiger over. Lokale partners kunnen optreden als ambassadeur voor je platform en dus van grote betekenis zijn voor het succes van je project.
 
4       Tips om platform te lanceren
 
Organiseer een kick-off evenement: De beste manier om aandacht op je platform te vestigen is door het zo te lanceren dat de inwoners je boodschap niet kunnen missen. Verspreidt de boodschap via verschillende kanalen. Een kick-off evenement is een geweldige manier om een project te starten. Zoek het beste moment om te starten, al dan niet gepaard middels een persconferentie. 
 
Creëer een herkenbare campagne en visuele identiteit: Als je platform nog nieuw is heb je veel baat bij herkenbaarheid. Je deelt informatie via verschillende kanalen, partners en pers en je ondersteund dit middels een visueel herkenbaar kenmerk. Ook dient de boodschap samenhangend te zijn met de visuele identiteit. Gebruik vergelijkbare ontwerpen voor zowel online als offlinecampagnes. 
 
Communiceer je eerste resultaten snel: Profiteer van het momentum. Als het in de aandacht is dan zal het tot meer registraties van deelnemers leiden.
 
Deel context en informatie op je platform: Zorg voor voldoende en duidelijke informatie op je platform. Zorg voor een interactiemogelijkheid. En laat weten wat je met de informatie doet en waarom.
 
Track je webverkeer en ontdek wat het beste voor jouw platform werkt: Speel in op het kanaal wat de beste feedback geeft. 
 
5       Tips om platform relevant te houden
 
Deel updates: Voorkom het spammen van berichten. Kies dus altijd de juiste wijze van communiceren om te laten weten wat de huidige status van je project is. Welke ideeën zijn populair? Wat zijn de nieuwste ideeën? Wat gebeurt er nu het project een nieuwe fase ingaat? Enz. Door het delen van inzichten, specifieke ideeën of duidelijke oproepen tot actie via social media, in je nieuwsbrieven en via partners hoi je je inwoners interactief op de hoogte van je platform.
 
Besteed tijd aan het communiceren van resultaten: Je participatieproject is niet afgerond zodra de resultaten binnen zijn. Het is pas gereed als je de resultaten aan je inwoners hebt gecommuniceerd. Probeer resultaten te visualiseren en te vereenvoudigen. Ook moeten ze makkelijk te vinden zijn op je website. Wees creatief bij het communiceren van de resultaten.
 
Zorg dat er altijd één project actief is: De bezoekers van je platform moeten altijd minimaal één gelegenheid hebben om bij te dragen aan een project. Waarom zouden ze anders terugkomen. Ideaal is meerder mogelijkheden om bij te dragen aan actieve projecten. 
 
Verbind je er toe feedback te geven: Naast het geven van updates en resultaten kun je ook een reactie geven op individuele ideeën van inwoners. Inwoners hebben de tijd genomen om hun ideeën te delen, dus neem tijd om te antwoorden. Stimuleer een directe dialoog.

Bronnen:

  1. Initiatiefvoorstel Burgerparticipatie Castricum;
  2. Eindrapport Burgerparticipatie BUCH;
  3. Berenschot: Verstandig verder met participatie;
  4. Een blik van buiten. Hoe burgers betrokken (kunnen)zijn bij controle en verantwoording, Schram et al, 2018
  5. Communicatiegids voor je platform van Citizenlab;
  6. Gids interne organisatie bij burgerparticipatie van Citizenlab;
  7. Omgevingsvisie praktische gids van Citizenlab;
  8. De participatie elite en de participatie paradox, Prof.dr T.W.G van der Meer;

 
 
 

<< Terug naar overzicht